Benieuwd wat mensen van mijn boeken vinden?
Hier verzamel ik alle recensies!
Jess – de helden en de haven
Trotse moeders
Na JESS de boot en de engerd, is onlangs dit tweede JESS-deel verschenen, JESS de haven en de helden. Net zo leuk en net zo spannend, misschien nog wel leuker zelfs, dan het eerste deel. De hoofdpersonen zijn hetzelfde, ze kennen elkaar nog beter dan de vorige keer en zijn helemaal op elkaar ingespeeld.
De vriendschap tussen Smartie, Job en Engel is weer wat hechter geworden. En wat is dit, samen met de hond Sint, een avontuurlijk viertal zeg, ze zijn nergens bang voor en gaan overal op af. Ik kan me voorstellen dat kinderen, zowel jongens als meisjes, enorm genieten van een verhaal als dit en het liefst zelf een van de drie hoofdpersonen zouden willen zijn. Als moeder zou ik er denk ik heel wat grijze haren bij krijgen als een van hen mijn kind zou zijn .
We leren in dit tweede deel Engel wat beter kennen en zien dat het bij hem thuis heel anders (en minder leuk) is dan bij Smartie en Job op de woonboot. Het mysterie in JESS de haven en de helden zit goed in elkaar. Als lezer krijg je, tegelijk met Smartie, Job en Engel, steeds kleine aanwijzingen over wat er nu precies aan de hand is. Het is overigens ook een leuk en kinderen aansprekend mysterie.
Ik vind dit tweede JESS-deel weer een erg leuk jeugdboek en mijn dochter heeft er ook weer van genoten. Het blijft smaken naar meer, dus Inge, schrijf je alsjeblieft nog heel veel nieuwe JESS-delen?
Overigens heeft Inge de Bie een heel leuke site met allemaal informatie over haarzelf, haar boeken en met leuke kleurplaten.
NBD|Biblion
Job, Engel, Smartie en hun hond Sint zijn weer klaar voor een nieuw avontuur in dit tweede verhaal* dat draait rond hun eigen bootje ‘JESS’. Terwijl ze op zoek zijn naar een mast voor hun boot, ontdekken ze vreemde dingen in het haventerrein. Ze gaan op onderzoek uit en proberen uit te vissen wat er zich in een griezelige schuur bevindt en waarom een zwerver zo vaak opduikt in hun omgeving. Ze ontdekken een gevaarlijke handel en het vraagt heel wat lef om door te gaan. Wanneer Engel van zijn vader het verbod krijgt nog langer met Job en Smartie op te trekken, komt hun vriendschap op de helling te staan. Zullen ze er toch nog samen in slagen het mysterie op te lossen? De verhaallijn is vrij eenvoudig en de gebeurtenissen volgen elkaar snel op, wat tot een spannend en vlot lezend verhaal leidt. De personages zijn helder neergezet, hun taalgebruik is jong en wat populair, maar blijft wel herkenbaar. De illustraties bestaan uit foto’s die bewerkt zijn met getekende illustraties. Ze komen niet echt goed tot hun recht in zwart-wit. De brede bladspiegel bevat vrij veel tekst, in een voor de doelgroep wat kleine letter. Vanaf ca. 9 jaar. – Anja van Geert
Pluizer
‘Jess. De haven en de helden’, is het tweede deel van de avontuurlijke serie rond Job en zijn nichtje Smartie. Job woont samen met zijn ouders op een woonboot en ook nichtje Smartie woont sinds kort bij hen. Voor haar verjaardag kreeg ze een eigen bootje, dat ‘Jess’ werd gedoopt. In het vorige verhaal gingen Job, Smartie en Engel en hun hond Sint al op zoek naar de oplossing van een raadsel. Dit keer begint het avontuur wanneer ze op zoek gaan naar een mast voor de Jess, zodat ze kunnen gaan zeilen. Maar hoe onschuldig dit verhaal ook begint, ze komen weer terecht in een avontuur. Want waarom staat er een verlaten zeecontainer op het haventerrein en wie is die zwerver die steeds blijft opduiken?
Van illustratrice Natascha Stenvert werd vorig jaar Bramenjam vertaald, voorzien van prachtige en kleurrijke illustraties. Helaas blijkt een zwart-witcontext niet zo ideaal voor het soort collages dat Stenvert ambieert. Maar het verhaal is vrolijk en spannend, en ik kijk alvast uit naar het derde deel in de reeks.
Magali Haesendonck
Jess – de boot en de engerd
Trotse moeders
Job woont met zijn ouders Jet en Jurre, zijn zwarte hond Sint en zijn eigenwijze nichtje Smartie op een woonboot middenin een grote stad. Smartie krijgt een bijzonder verjaardagscadeau, een oude zeilboot die ze JESS noemt.
Maar met de zeilboot beginnen ook de vreemde gebeurtenissen. Waarom doet die vorige eigenaar van de boot zo vreemd? Hij sluipt ’s nachts rond de boot en breekt zelfs in. Job en Smartie proberen er achter te komen en ontdekken een groot geheim. Een nieuwe jongen uit hu klas, Engel, helpt hen er gelukkig bij.
Recensie
Jess de boot en de engerd is een leuk en spannend verhaal. De hoofdpersonen beleven spannende avonturen en vriendschap speelt een grote rol. De illustraties zijn stoer en passen echt bij het verhaal.
Het is een boek voor de betere lezers. Gelukkig is het verhaal ook geschikt voor jongere kinderen die al ver zijn met lezen. Het is spannend, maar niet te spannend. Ook leuk is dat het boek, volgens mij, leuk is voor jongens en meisjes. Twee jongens en één meisje vormen de drie hoofdpersonen, dus voor beide iemand om zich in te kunnen verplaatsen. Veel kinderen zullen er wel eens van dromen om op een woonboot te wonen en spannende avonturen met vrienden te beleven. Dat er nog een raadsel op te lossen valt, maakt het boek er alleen nog maar leuker op. Mijn dochter zou in ieder geval best wel eens Smartie willen zijn …
Wat leuk dat er een vervolg, en misschien wel meer, te verwachten zijn. Het boek wordt aangekondigd als het eerste deel van een serie. Mijn dochter en ik kunnen niet wachten! (Isolde)
NBD|Biblion
Op een woonboot midden in de stad wonen Job (10), zijn ouders, de hond Sint en zijn nicht Smartie. Op haar tiende verjaardag krijgt Smartie een oud bootje cadeau en noemt hem de ‘JESS’. Ze hebben veel plezier van het bootje, totdat er ingebroken wordt. En waarom sluipt die enge oud-eigenaar Herman ‘s nachts rond in hun buurt? Voldoende redenen voor Job en Smartie om op onderzoek uit te gaan. Eerste deel uit de serie ‘JESS’, waarin in een eenvoudige verhaallijn met spanning en humor de soms wat gezochte gebeurtenissen in een vlotte stijl de revue passeren. De karakters van de kinderen worden helder neergezet en de kinderlogica en het populaire taalgebruik (egnie, mafkees, sjips) maken het geheel herkenbaar voor leeftijdsgenoten. De boodschap: ‘(ver)oordeel niet te snel’ komt naar voren als ze de ‘engerd’ Herman en de ‘brave’ klasgenoot Engel beter leren kennen. De zwart-witfoto’s met ingetekende potloodillustraties passen bij de verhaalsfeer. De brede bladspiegel bevat vrij veel tekst, in een voor de doelgroep wat kleine letter. Kleurrijk omslag. Een toegankelijk verhaal voor een brede doelgroep vanaf ca. 9 jaar. – Monique Luijben
LOL magazine
Na spannende boeken als Broodje Koosburger en Dierenroof schrijft Inge de Bie het nieuwe avonturenboek JESS de boot en de engerd. Net als in haar vorige boeken nemen avontuur en vriendschap een belangrijke plaats in. Ook laat ze zien dat kinderen vaak veel meer kunnen dan volwassenen soms denken. Als moeder van vijf kinderen en parttime lerares weet Inge de Bie precies wat kinderen willen: een verhaal over een avontuur dat onwaarschijnlijk is, maar toch geloofwaardig. JESS de boot en de engerd gaat over Job die samen met zijn ouders, nichtje Smartie en hond Sint op een woonboot woont. Als Smartie voor haar verjaardag een eigen boot krijgt, hebben ze al snel in de gaten dat er iets mee aan de hand is. Er wordt ingebroken in de boot en ’s nachts doorzoekt een man hun vuilniszakken. Het lijkt of de vorige eigenaar iets vergeten is aan boord en op hun eigen manier gaan Job en Smartie op zoek naar wat dat is. Hun zoektocht begint onschuldig, maar al snel blijkt deze zaak serieuzer dan ze dachten. Ondertussen vult Job zijn tijd met het pesten van zijn suffe klasgenoot Engel. Maar als Job en Smartie zich in de nesten werken, komt juist Engel ze helpen. Dit boek gaat over een bijzondere speurtocht die grappig, spannend, soms eng en zeker verrassend is.
Dierenroof:
NBD|Biblion
Op de kinderboerderij De Beestenberg zijn een geitje en twee papegaaien gestolen. De 9-jarige Veerle, haar vriendinnen Saskia en Juul en twee wat oudere jongens uit de buurt willen onderzoeken wat er aan de hand is. Ze zoeken sporen, luisteren gesprekken af en volgen een stel pestjongens die ze van de roof verdenken. De zoektocht van de kinderen wordt realistisch beschreven in etappes, doorspekt met scenes uit het gewone leven thuis en op school. De ik-figuur Veerle en haar hartsvriendin Juul zijn goed getypeerd. Veerle is eerder bang en voorzichtig, Juul is dapper en vastberaden. Naast de speurtocht naar de dieven is nog een aantal nevenlijnen uitgewerkt: de oma van Juul die sterft, de moeder van Veerle die zwanger wordt en Saskia die dolgraag een huisdier wil. Het boek is vrij omvangrijk, met een klein letterkorps, maar de stijl is vlot en levendig. Met eenvoudige wat krasserige zwart-witillustraties in allerlei groottes. Tweede boek van de schrijfster en juf. Eerder verscheen ‘Broodje Koosburger’*. Avontuur en onderlinge relaties tussen kinderen gaan samen in dit boek voor kinderen vanaf ca. 9 jaar. (Ria de Schepper)
Leesfeest
Speuren naar sporen
De negenjarige Veerle woont pas een halfjaar in Oudestad. Ze heeft nog niet zo veel vrienden en kent haar nieuwe omgeving nog niet zo goed. Wanneer de stad opgeschrikt wordt door een aantal mysterieuze dierenroven, komt hier verandering in…
In de nacht van donderdag 12 op vrijdag 13 juni zijn uit de kinderboerderij De Beestenberg twee papegaaien gestolen. […] Hoe de daders te werk zijn gegaan en waarom de papegaaien zijn gestolen, is op dit moment nog een raadsel. Het is niet de eerste keer dat er dieren uit De Beestenberg zijn gestolen, vorige week verdween ook een jong geitje. Of dit diertje door dezelfde daders is meegenomen, is niet bekend. De politie stelt een onderzoek in, maar van de dieven ontbreekt tot nog toe ieder spoor.
Als Veerle in het krantenbericht leest over de dierenroof, besluit ze op onderzoek uit te gaan. Samen met haar vriendinnen Juul en Saskia en met Bart en Haidar, twee jongens die ook meer willen weten over de gestolen dieren, gaan ze op zoek naar sporen in de kinderboerderij.
We hebben een heus spoor, maar het is wel een beetje een griezelig spoor. Het smalle paadje slingert langs hoge struiken, laaghangende boomtakken en het is er schaduwdonker. En overal om ons heen horen we geritsel en gekraak.
De jonge onderzoekers sluipen door bosjes en stellen vragen aan de verzorger van de dieren. Ze bespioneren de twee pestkoppen, ‘Petje’ en ‘Spleetoog’, omdat ze denken dat zij er iets mee te maken hebben. Ze doen er alles aan om de dader op te sporen en de dieren terug te vinden. Maar zal het ze lukken? Alle sporen lijken dood te lopen…
Ondertussen moet er nog een mysterie opgelost worden, want waarom gedraagt hun vriendin Saskia zich opeens zo vreemd?
‘Dierenroof’ is geschreven door Inge de Bie. Zij is naast schrijfster ook juf, en dat kun je best wel merken. In het verhaal wordt soms wat te veel uitgelegd (dat doen juffen natuurlijk graag!). En het wordt ook nooit té spannend. Maar als je dat niet erg vindt, dan is het een leuk boek om te lezen. Veel stukken in het verhaal gaan over andere dingen dan de dierenroof, bijvoorbeeld over school en over familie. Daarom is ‘Dierenroof’ ook een boek over vriendschap.
De illustraties in ‘Dierenroof’ zijn gemaakt door Wilbert van der Steen. Je kent hem misschien wel van de AVI-leesboekjes over Mees. De tekeningen die hij maakt zijn een beetje stripachtig en krasserig en lijken niet op tekeningen van andere illustratoren. De illustraties zijn erg grappig (vooral die van de dieren!) en maken het verhaal levendig.
Mirjam.
Jip Jip
Een speurtocht “van de oude stempel”
Uit kinderboerderij de Beestenberg in het dorp Oudestad zijn twee oude papegaaien en een babygeitje gestolen. Niemand weet waar de dieren zijn en waarom ze gestolen werden. En WIE zit er achter de diefstallen?
Veerle, een meisje dat sinds zes maanden in Oudestad woont, gaat samen met Bart, Haidar (BH), haar beste vriendin Juul en met Saskia, een klasgenootje, op onderzoek uit.
Dit boek biedt geen actie om de actie, er komen geen gesofistikeerde spullen aan bod om de kinderen dit onderzoek te laten voeren, zoals walkietalkies of zelfs maar mobiele telefoons. Enkel Karst heeft er eentje. Het ontbreken van deze elementen, maken het boek geloofwaardig. Wanneer je trouwens actie om de actie zou willen inbouwen, kun je je personages best heldhaftig laten zijn, ten koste van de geloofwaardigheid, en een advertentie in de krant laten zetten, maar Veerle weet dat dit veel te duur is! Het blijft dus bij een advertentietje bij de friettent, dat mag gratis. Ook internet is in dit boek in geen velden of wegen te bekennen. Zo blijft de speurtocht een heerlijk nuchtere onderneming “van de oude stempel”, zonder dat het belachelijk wordt. Tussendoor is er gewoon tijd voor school.
Het is een rustig kabbelend boek, en de acties die gevoerd worden, zijn echt op kindermaat. Niemand is extra sterk, of extra lief, de Bie schetst kinderen van vlees en bloed. Mama’s en papa’s zijn aanwezig, net als broers en zussen (Juul heeft één broer: Kars). Zij zorgen voor afremming van de avonturenverhaallijn, en zorgen ervoor dat onze speurneuzen steeds kunnen terugvallen op een warm nest. De gezinssituaties van de personages zijn heel gewoon.
De personages bieden voldoende diepgang in dit luchtige verhaal, ze zijn geen vlakke karikaturen. Het verhaal wordt verteld in de ik-vorm, je krijgt het verhaal te lezen vanuit het gezichtsstandpunt van Veerle, wiens moeder na haar geen kinderen meer kon krijgen. Dit gegeven wordt in het verhaal verwerkt, zonder dat het drammerig wordt, maar de lezer komt wel te weten dat dit soms weegt op het gezin.
Ook de rol van vriendschappen en hoe jongens en meisjes verschillend van elkaar zijn, komt aan bod: (…) ‘Let maar niet op ons’, lacht Bart. Zo doen we wel vaker tegen elkaar. (…)’ omdat we zulke goede vrienden zijn’. (…) Als we naar binnen lopen denk ik aan Haidar en Bart. Zouden beste vrienden altijd zo tegen elkaar doen? Ik doe dat nooit met Juul, wel met Saskia. Met haar heb ik veel vaker ruzie en we katten best veel op elkaar. Zou Saskia dan eigenlijk mijn beste vriendin zijn? Of zouden jongens en meisjes dat gewoon anders doen?
De toon van dit boek wordt soms veel te uitleggerig, zoals aan het begin van hoofdstuk zes het geval is: (…) “Juul en ik hebben een handige truc verzonnen: met een dikke stok lopen we om de beurt langs de schutting en ratelen over alle planken om te kijken of er niet ergens eentje loszit” (…) waarna een hele pagina uitleg volgt over wat ze eerst deden, en zelfs het geluid van de stok wordt weergegeven.
Het boek zit vol woord- en taalgrapjes, wat de leesbaarheid en het willen verder lezen, versterkt. Veerles vader heet bijvoorbeeld Joost, en op p16 leidt dit tot volgende dialoog: (op weg naar de kinderboerderij, die ze niet gevonden hebben) (…) ‘Geen idee, lieve schat’ (…) ‘Weet jij het, Joost?’ ‘Joost mag het weten’.
En wat is “iemand heeft de papegaaien geschonken?” zaten ze misschien in een fles?
Het taalgebruik en vooral de zinsbouw, konden veel beter op sommige momenten. Het verhaal wordt er stroef door, en werkt soms ronduit storend in dit verder vlotlezend boek, fris als een glas frisdrank met ijsblokjes.
Op p.41 lezen we dat zijn gezicht vertrekt. Terwijl de opzichter van de kinderboerderij, bij het denken aan die papegaaien een beetje triest wordt, dus zou er moeten staan dat zijn gezicht betrekt. (“alsof het ineens nacht in hem is geworden”, wat wel een mooie beeldspraak is)
P.43: een beetje duizelig ben ik nog steeds als we met z’n vieren door het park naar huis lopen.
Op p.87 staat ook een dergelijke zinsconstructie: “Want het komt uit in een plantsoen met bosjes. Spelen we vaak, daar.”
p.90: “Nog dichter ga ik achter Haidar lopen.”
Redactiewerk zou hieraan kunnen verhelpen, want deze zinnen hebben een verkeerde woordvolgorde!
“Petje” lijkt voor Vlamingen helemaal niet “heel erg” op hoe hij echt heet: Patrick. Maar of dit element Vlaamse kinderen zal beletten dit een leuk weglezend boek te vinden, valt te betwijfelen.
De illustraties in zwart/wit door Wilbert van der Steen dienen enkel ter verluchting van de tekst, of als pauzetoets. Snelle pennentrekken, die geen emoties laten zien, en dat zou wel mogen, wanneer Juul huilt om haar oma die doodgegaan is, bijvoorbeeld. Terwijl achtjarigen voor wie het boek volgens de uitgever bedoeld is, mooie tekeningen in een leesboek wel weten te appreciëren. Dat hoeven ook niet steeds tekeningen in kleur te zijn. (Katrien Temmerman)
Dieren4u
Een heerlijk spannend verhaal vol met humor voor kinderen. ‘Grote mensen punten’ worden op een unieke wijze uitgelegd aan de lezer. Dat mama’s misselijk kunnen zijn als ze net zwanger zijn geworden of dat grote mensen net tegenovergestelde dingen zeggen dan ze daadwerkelijk bedoelen. Wat het verhaal verder zo bijzonder maakt, is dat het in de ik-vorm wordt verteld het hoofdpersonage.
De auteur weet zich goed in te leven in de leeftijd van 9-jarigen kinderen. De schoolsfeer in het gebouw maar ook op het schoolplein evenals de dialogen zijn hier goed op afgestemd. Het verhaal leest als een trein en de spanning wordt steeds verder uit gebouwd. Vooral het grappige einde is goed verzonnen. Ook raken kinderen door middel van dit boek bekend met maatschappelijke onderwerpen als Bureau Halt, kinderrecht en het doel van taakstraffen.
Veerle, het hoofdpersonage, en haar vrienden Juul, Bart, Haidar gaan op onderzoek uit als er dieren zo maar verdwijnen van de kinderboerderij ‘De Beestenberg’. Er verdwijnen twee papegaaien, een geitje en een heel lief konijntje.
De politie vindt geen sporen, maar zullen Veerle en haar vrienden die wel vinden? Natuurlijk vinden ze die! Juist omdat Veerle zo creatief is en het er niet bij laat zitten. Zij doet soms wel hele gevaarlijke dingen… Als het voor dieren is mag het dan wel of nog steeds niet.
En waarom doet Saskia, het klasgenootje van Veerle zo raar? Samengevat: dit verhaal is smullen…
Recensie: Inge Arons
Broodje Koosburger:
NBD|Biblion
Maartje, de tweeling Guus en Wouter en hun zus Nina verhuizen naar Koosburg. Ze besluiten van tevoren dat ze het er nooit leuk zullen vinden en geen vrienden zullen maken. Maar dan krijgt Maartje al snel een beste vriendin, Isabel. Dat vinden de andere drie gemeen en ze verzinnen allemaal nare dingen, waardoor de klas van Maartje een hekel aan Maartje zou moeten krijgen. Het loopt bijna uit de hand. Om het nog erger te maken, krijgen ze een verschrikkelijk strenge overblijfmevrouw. Zal het ooit nog fijn worden om in Koosburg te wonen? Eerste boek van deze auteur. Een origineel verhaal, vol humor, fantasie en spanning. De illustrator is erin geslaagd om op zijn karakteristieke manier het verhaal te illustreren met kleine zwart-wittekeningen die goed aansluiten bij de sfeer en de gebeurtenissen. Een levendig geheel met veel herkenningsmomenten voor basisschoolleerlingen. Grote spanningsboog, goede karakterontwikkeling van de hoofdpersonen. Klein lettertype. Vanaf ca. 9 jaar. – J.W. van Meerten-Hakvoort (NBD/Biblion)
Leestafel
Het zijn altijd de volwassenen die beslissen dat er verhuisd gaat worden, zonder dat de kinderen iets mogen zeggen! De tweeling Wouter en Guus, en hun zussen Nina en Maartje moeten ook gewoon mee naar een nieuwe stad, die Koosburg heet. Met die naam kunnen ze allerlei grapjes maken, maar dat maakt de verhuizing niet leuker. Als hun ouders ook nog beweren dat ze het er vast hartstikke leuk gaan vinden, vormen ze een
club, de AaZetCee, (Anti-Zandstraat-Club) en zweren heel echt, met bloed en bij kaarslicht, dat ze nooit vrienden gaan maken in Koosburg; dat ze altijd alleen maar samen zullen spelen, en dat ze Koosburg nooit leuk gaan vinden…
Zusje, bijna acht, vindt het echter allemaal reuze spannend. Natuurlijk vond ze het niet leuk dat ze haar vriendin achter moest laten, maar ze is nieuwsgierig: hoe zal de nieuwe school zijn? Met wie zal ze in de klas
zitten? De tweeling en Nina zien hoe ze al snel met haar klasgenootjes over het schoolplein rent, en ze zijn boos! Ze hebben toch gezworen! Maar Zusje schreeuwt:
‘Sukkels zijn jullie, alledrie. Ik mag zelf weten met wie ik speel, dat zweren was stom! Toen wist ik nog niet hoe het hier was. Het is hier leuk. En de kinderen hier zijn aardig, veel aardiger dan jullie! En ik heet geen Zus, ik heet gewoon Maartje!’
Nina, bijna twaalf, wil haar zusje een lesje leren, en de jongens doen mee, al vindt Guus dat de andere twee wel ver gaan: de tandenborstel van Maartje in de verf dopen, zodat ze de hele dag voor gek loopt! Het plan werkt averechts: de kinderen op school vinden het een reuze grap van Maartje, en ze is meteen populair. Nina bedenkt iets nieuws: ze zorgt dat een van de klasgenootjes van Maartje een zogenaamd geheim hoort over Maartje. Dat die niet goed bij haar hoofd is, en soms heel raar kan doen. Dit plan werkt wel, helaas voor Maartje, die niet weet wat er aan de hand is, maar wel aan wie het ligt. Toch verraadt ze hen niet.
Tot ook de anderen tegen wil en dank belangstelling krijgen voor de omgeving: Wouter via de hockeyclub, Guus omdat hij graag boeken leest, en Nina? Die wordt verliefd.
Maar voor ze kunnen en durven toegeven dat het in Koosburg zo slecht nog niet is, gebeurt er nog van alles: Maartje verraadt haar broers en zus niet, maar neemt wel wraak, en juffrouw Tanja wordt ziek…
Een realistisch verhaal waar veel kinderen zich in zullen herkennen. Juffrouw Inge (de Bie) heeft goed opgelet. Ze weet hoe kinderen zijn, en ze weet wat ze leuk vinden om te lezen! Ze laat in dit boek Maartje en Guus afwisselend aan het woord, met hun getekende hoofdjes boven de hoofdstukken. De tekeningetjes laten vooral de emoties van de kinderen zien: er is veel boosheid.
De lezer zit bij Maartje in haar hoofd, beleeft dan de wereld zoals een achtjarige dat doet. Bij de ‘Guus-hoofdstukken’ komen wat meer moeilijke woorden voor. Daar gebruikt de schrijfster een algemene verteller, waarbij Guus de hij-persoon is.
Zo verrast het verhaal, dat eigenlijk over niets bijzonders gaat, af en toe toch, vooral als er een juf ten tonele wordt gevoerd die erg lijkt op de juf van Roald Dahls ‘Matilda’. (Marjo, maart 2010)
Lekker griezelen:
NBD|Biblion recensie
Aantrekkelijk vormgegeven bundeling met griezel- dan wel spookverhalen en griezelige gedichten. Voor deze bundeling zijn verhalen genomen van bekende auteurs die, niet alleen in dit genre, al veel publicaties op hun naam hebben staan. Er valt in de verhalen en gedichten volop te huiveren en zich af te vragen: zou dit werkelijk gebeurd zijn, was het een droom, vader en moeder kunnen me nog meer vertellen, maar ik weet zeker dat… Spinnen, spoken, verdwijningen, putten, beklemmende zolders en kelders, verlaten heidelandschappen, heksen en monsterachtige verschijningen zorgen voor de nodige suspense! De illustraties zijn een verhaal apart: veelal paginagroot wisselen zij op geanimeerde wijze de tekst af. Er is veel mistig grijs en griezelzwart-wit in de bewerkte foto’s, die ervoor zorgen dat de verbeelding net echt lijkt. Er zijn elf verhalen en vier gedichten. Het boek is stevig vormgegeven, met dik papier. De tekst is zo gezet dat er veel licht en lucht op de pagina’s verschijnt, waardoor ook minder technisch vaardige lezers met wat meer leesrust kunnen griezelen. Volgens hetzelfde format verscheen ‘Eindelijk vakantie!’. Verhalen en gedichten die zich uitstekend lenen om voor te lezen vanaf ca. 7 jaar, maar die ook niet te versmaden zijn om zelf te lezen vanaf ca. 9 jaar. (Mart Seerden)
Pluizer
Lekker Griezelen is een bundel met griezelverhalen en -gedichten van twaalf verschillende auteurs. Enge geluiden in de nacht, een ven dat alles opslokt, heksen en ga zo maar door. Voor elk wat wils. De verhaaltjes zijn niet al te lang maar net lang genoeg om een enge indruk na te laten en stof tot nadenken te geven. Zoals: wat te doen met een kinderlokker? Dit is misschien best een boek om overdag lekker knus in de zetel te lezen en vooral niet op nachtkastjes achter te laten. (Els van Oosterwyck)
Eindelijk vakantie:
NBD|Biblion
Elf verhalen en zeven gedichten van bekende jeugdboekenauteurs als Annemarie Bon, Mieke van Hooft en Marianne Busser & Ron Schroder, en iets minder bekende als Inge de Bie of Sabine de Vos. De bijdragen lijken speciaal geschreven te zijn voor deze uitgave. In de verhalen zit alles wat bij vakantie hoort: spanning en lol, maar ook verveling en het vooruitzicht van een hele lange warme autorit door Frankrijk. Die autorit eindigt in het verhaal van Mirjam Mous overigens in autopech en een vakantie in de achtertuin. Opvallend veel verhalen gaan trouwens over kinderen die kamperen in de achtertuin of over kinderen die niet op een lijn zitten met hun ouders als het om de vakantiebestemming gaat. Niet alle verhalen zijn even begrijpelijk of geslaagd, de gedichten wel. Tosca Menten schreef het meest fantasierijke verhaal: over een koffer die Daan vertelt voor welke spullen hij wel en geen plaats heeft. De speelse illustraties in wit, zwart en grijs maken het boek tot een geheel. Om voor te lezen vanaf ca. 7 jaar, zelf lezen vanaf ca. 9 jaar. (K. Ghonem-Woets)
Pluizer
Deze verhalenbundel bevat verhalen over vakantie, afgewisseld met gedichten die eveneens over vakantie gaan. De afzonderlijk te lezen verhalen zijn van de hand van verschillende auteurs. De verhalen gaan over logeren, kamperen, met het vliegtuig op reis, wat met de huisdieren, op kamp, enzovoort. Deze verhalen kunnen zowel voorgelezen als zelf gelezen worden. De vaak humoristische zwart-witte illustraties van Natascha Stenvert maken het boek af. Ze bevatten pittige details en zijn af en toe met een tikkeltje humor getekend. Het ene verhaal boeit meer dan het andere maar de taal is telkens mooi en eenvoudig. Er is zelfs een dagboekje bij van een meisje op toneelkamp. De verhalen op zich zijn niet te lang. Vooraan in het boek vind je een inhoudstafel met de verschillende verhalen en achteraan vind je meer informatie over de illustrator en de afzonderlijke auteurs. De verzorgde lay-out en dito kaft maken er een mooi geheel van. (Hilde de Boeck)
